De taal van het dak

Het is geen geheim dat de dakensector een echte mannenwereld is. Vrouwen die daadwerkelijk op het dak meewerken zijn bijzonder schaars. Toch besloot Annelien Ramboer (36) om haar vertrouwde baan in het buitengewoon onderwijs in te ruilen voor het dakbedrijf van haar echtgenoot Rino Verhaeghe. Een beslissing waarvan ze nog geen moment spijt heeft gehad.

Het is geen geheim dat de dakensector een echte mannenwereld is. Vrouwen die daadwerkelijk op het dak meewerken zijn bijzonder schaars. Toch besloot Annelien Ramboer (36) om haar vertrouwde baan in het buitengewoon onderwijs in te ruilen voor het dakbedrijf van haar echtgenoot Rino Verhaeghe. Een beslissing waarvan ze nog geen moment spijt heeft gehad.

Vanuit Rekkem, op de grens van West-Vlaanderen met Frankrijk, runt Rino Verhaeghe sinds 2013 zijn eigen dakenbedrijf. Hij neemt vooral hellende daken voor zijn rekening, maar ook voor een plat dak draait hij zijn hand niet om. De klanten zijn hoofdzakelijk particulieren.

“Rino had lange tijd een goede ploeg”, vertelt Annelien. “Maar één vaste medewerker viel uit door aanslepende rugklachten en een andere besloot zijn loopbaan een nieuwe richting te geven. Vanaf dat moment begonnen de moeilijkheden.”

Verschillende nieuwe medewerkers passeerden de revue. De ene haakte af omdat hij het werk te zwaar vond, de andere was dan weer vaker afwezig dan aanwezig. “Op zo’n moment besef je hoe moeilijk het is om mensen te vinden op wie je echt kunt rekenen.”

Ik had onderschat op hoeveel manieren ik me nuttig kan maken op de werf.
Annelien Ramboer

Druk op de planning

En die betrouwbaarheid is onmisbaar in een sector als de bouw, waar de deadlines elkaar razendsnel opvolgen. “Een dak moet dicht omdat er regen op komst is. Een werf moet klaar voordat de asbestmelding voor het volgende project verloopt. Of de vergunning voor de inname van het openbaar domein dreigt te vervallen. Er is altijd wel een deadline die ervoor zorgt dat we ons geen vertragingen kunnen veroorloven.”

Rino Verhaeghe wilde daarom iemand naast zich die hem niet in de steek zou laten. Iemand van wie hij precies wist wat hij eraan had. Zo kwam hij bij zijn echtgenote Annelien terecht.

“Hij had me al eerder gevraagd om mee op de werf te gaan. Ik heb lang de boot afgehouden. Maar na lang aandringen ben ik uiteindelijk toch overstag gegaan.”

Mentale en fysieke belasting

Annelien kwam nochtans uit een totaal andere sector. Na haar studies marketing belandde ze in het buitengewoon onderwijs. Veertien jaar lang werkte ze bij Dominiek Savio in Gits.

Helemaal onbekend was de bouwsector evenwel voor haar niet. “Ik deed al tien jaar het papierwerk voor Rino’s bedrijf. Daarnaast volgde ik verschillende opleidingen bij de lokale afdeling van Embuild omdat de sector me interesseert en ik wilde begrijpen waarmee Rino elke dag bezig was. Zo volgde ik onder meer al een asbestopleiding, VCA-opleiding, werken op hoogte, werfadministratie en een cursus bedrijfsbeheer.”

Sinds 1 september heeft Annelien haar onderwijsjob on hold gezet en werkt ze voltijds in het dakenbedrijf, ook op de werven. Daar leert ze stap voor stap het vak. Het uiteindelijke doel is dat zij en Rino allebei inzetbaar worden op kantoor én op de werf, afhankelijk van wat op dat moment nodig is.

Meer dan knechten

“De eerste dagen vertrok ik toch met een klein hartje”, geeft Annelien toe. “Ik dacht dat mijn aandeel op de werf vrij beperkt zou blijven. Maar al snel ontdekte ik dat ik me op veel meer manieren nuttig kon maken dan ik vooraf had vermoed.

Zo sneed ik in mijn eerste paar dagen al isolatieplaten op maat, maar ik hielp ook houten voorsponningen vast te zetten, ik plaatste panlatten en leerde EPDM bevestigen. En volgens Rino pik ik de zaken snel op, waardoor ik al redelijk snel zelfstandig kan werken.

Natuurlijk ben ik wat frêler dan Rino en zijn rechterhand Nicolas. Het zwaarste fysieke werk en het sleuren met lasten laat ik dus ook aan hen over. Maar op een werf moeten nog zoveel andere zaken gebeuren.”

Ook haar andere achtergrond blijkt een troef. “Ik kijk met andere ogen naar een werf dan zij. Hoe richten we die het efficiëntst in? Waar verzamelen we het afval? Hoe zorgen we ervoor dat alles vlot bereikbaar blijft? Rino en Nicolas werken vaak op de manier die ze al jaren gewend zijn. Dat is begrijpelijk, maar niet noodzakelijk altijd de efficiëntste manier.”

Het zware fysieke werk laat ik aan de mannen over, maar er zijn genoeg andere taken waar ik me nuttig mee kan maken.
Annelien Rambour

De taal van het dak

Negatieve reacties op haar aanwezigheid kreeg Annelien voorlopig niet.

“In de bouwgroothandel merk ik dat ze zelfs vriendelijker zijn tegen mij dan tegen mannelijke klanten. Ze helpen mij bijvoorbeeld mijn bestellingen naar de auto dragen. Maar ik wil daar geen misbruik van maken. Ik wil er alles aan doen om zo snel mogelijk ingewerkt te geraken, zodat ik in de groothandel en op de werf kan meepraten met de anderen. Daarom houd ik alle vaktermen bij in een lijstje op mijn telefoon. ’s Avonds neem ik die nog eens door. Misschien is dat ook nog wel een restant van mijn onderwijsverleden.”

Moe, maar tevreden

“Mijn werk in het onderwijs was vooral emotioneel zwaar. Dakwerken zijn fysiek veel zwaarder. ’s Avonds voel ik natuurlijk dat ik gewerkt heb. Toch heb ik meer mentale energie over voor onze kinderen.

Het werken in de buitenlucht geeft me ook een bepaalde rust. En ik houd van het directe van dit werk. Hier is geen tijd voor gepalaver. Botsen we op een probleem? Dan bedenken we meteen een oplossing en gaan we ermee aan de slag.”

Voorlopig heeft Annelien haar nieuwe stap nog geen moment betreurd.

“Ik vind het heerlijk om nieuwe dingen te leren en te ontdekken hoe het vak in elkaar zit. Ik amuseer me echt. En dat voor iemand die eigenlijk hoogtevrees heeft!”

Meer weten? www.dakwerken-verhaeghe.be